Vrijwillig Korps

Brecht

Button 0Button 1Button 2Button 3Button 4Button 5Button 6Button 7Button 8Button 9Button 10Button 11Button 12Button 13Button 14



Een stukje geschiedenis van de Brechtse Brandweer,

Toen op 16 september 1902 de gemeenteraad van de gemeente Brecht overging tot de herinrichting en samenstelling van een nieuw brandweerkorps hadden zij waarschijnlijk nooit kunnen denken dat 100 jaar later het eeuwfeest van dit korps zou gevierd worden. Herinrichting betekent het terug inrichten van iets dat ooit al eens bestond, uit de geschriften blijkt dat er in 1888 en vermoedelijk al eerder sprake was van sapeurs-pompiers te Brecht, een organisatie die in 1902 ontbonden was. De inrichtende verordening van 16 september 1902 is de start van een nieuw vrijwillig brandweerkorps.

De arrondissementscommissaris doet op 25 september 1902 nazicht van het korps en adviseert de bestendige deputatie. Op 19 december 1902 keurt de gouverneur de oprichting goed en is bereid de wapens met toebehoren te leveren. Het korps moet voldoen aan de voorschriften van art. 128 van de wet van 30 maart 1836. De eerste commandant, kapitein-bevelhebberJozef Masen (tevens gemeentesecretaris) aangesteld door de gemeenteraad van 11 mei 1903 hield niet van half werk. Al in 1903 had het brandweerkorps een nieuwe brandspuit en de nodige toebehoren en was er een verordening van inwendigen dienst. Dit reglement vermeldde o.a. de volgende bepaling :Telken jare, den maandag na den 8 december, zal het korps een feestje houden, dat zal bestaan uit een avondmaal en eene drinkpartij. Dit feestje zal plaats hebben ten huize van den brandweerman-herbergier (toen blijkbaar een vaste functie in het personeelskader) , die de spijzen zal bereiden aan den voor de kas van het korps voordeeligsten prijs. Het jaarlijks teerfeest is daarmee ontstaan, een traditie die hardnekkig stand blijft houden.

De vrijwillige brandweer was gewapend, zo droeg de kapitein-bevelhebber een sabel die onontbeerlijk werd geacht om zijn functie uit te oefenen. Mogelijk had een commandant toen wat minder moeite om het gezag te handhaven dan in de moderne tijd. Discipline was een grondregel, in het boek der beraadslagingen van den beheerraad wordt regelmatig melding gemaakt van toegekende boetes. Een boete van 1 frank werd toegekend voor het afwezig zijn op een oefening zonder verlof of het zich in uniform bevinden meer dan 1 uur na de oefening. Ook in die tijd liep het bouwen van een nieuwe kazerne niet van een leien dakje: reeds in juli 1906 was er sprake van de aanbesteding van een nieuw brandspuithuis, pas in mei 1909 werd dit gebouwtje achter het toenmalige gemeentehuis ingehuldigd.

Het bevel was dan al overgegaan in handen van Emir Colson (1907 tot 1910). De kostprijs van het brandspuithuis was 1527 frank, een zacht prijsje. In 1910 werden er te Brecht grote brandweerfeesten gehouden naar aanleiding van een congres van de brandweerbond. In datzelfde jaar nam Henri Vervisch het bevel over als kapitein van het brandweerkorps. Hij zal bevelhebber blijven van 1910 tot in 1936. Uit enkele flarden tekst blijkt dat het korps tot in 1935 gewapend was met 12 geweren (ik citeer): fransch model met bajonetten, zonder munitie. De uitrusting bestond uit de handpomp van 1903 die 10 000 liter per uur kon verpompen weliswaar aangedreven door personeel van toen.

Uit verslagen van bevelhebber Vervisch blijkt dat in 1935 Brecht 5080 inwoners telde en dat de brandweer jaarlijks 15 tussenkomsten deed voor brand. Van technische hulpverlening bij verkeersongevallen is dan nog geen sprake, het enige gemotoriseerde tuig in de gemeente is de tram die aanvankelijk nog met stoom wordt aangedreven.

Brandalarm werd gegeven door het luiden van de stormklokken en door het blazen van de klaroen. Het korps bestond uit 15 manschappen wat toen blijkbaar volstond om ten allen tijde een blusploeg opde been te brengen. Ingevolge de hervorming van de brandweer in 1935 werd de provincie officieel ingedeeld in 16 gewestelijke centra waaronder het gewest Oostmalle. Van deze laatste maakte Brecht deel uit en hieraan moest men jaarlijks 5 centiemen per inwoner betalen. De huidige deelgemeente Sint-Lenaarts werd toenmalig beschermd door de brandweer van Oostmalle. De huidige deelgemeente St.-Job-in-t-Goor werd beschermd door de brandweer van Brasschaat. Het actie terrein van de brandweer van Brecht was beperkt tot Brecht-centrum, het gehucht Overbroek en Sint-Antonius (in 1976 gefuseerd met Zoersel).

De volgende kapitein-bevelhebber Louis Laps treedt aan in 1936, hij zal het korps leiden tot in 1967. We kunnen ons nu de omstandigheden van toen niet meer voorstellen. Nog altijd enkel met een handpomp werden ook in de oorlogsjaren branden bestreden. Op een keer vuurde een Duitse soldaat een kogel door de handpomp omdat een brand niet mocht bestreden worden. In de oorlog op 13 mei 1941 breekt er brand uit op de Brechtse heide (gebied op grens met Schilde, St. Antonius). De blussingswerken duren een week en gebeuren in samenwerking met het brandweerkorps van Antwerpen onder toezicht van de bezetter.

Pas in 1946 kwam er een motorpomp (de zogenaamde Beresford Light) die volgens de verslagen regelmatig de geest gaf. Zo was er een brand op 15 augustus 1956 in Overbroek Brecht waarvan in het verslag wordt vermeld: ter plaats van den brand gekomen stonden wij voor een grote vuurpoel. Onmiddellijk zijn wij met het blussen begonnen met emmers, daar wij de motorpomp niet durfden proberen, gezien de grote toeloop van volk. Toen wij de waterleidingen aanlegden van een grote waterput werd ons vermoeden waarheid, de motorpomp weigerde. In 1958 kwam er een nieuwe motorpomp op aanhangwagen en uiteindelijk in 1967 werd de eerste volwaardige brandweerwagen ingehuldigd, een KRUPP autopomp. De opbouw, inclusief cabine, was volledig in hout en er was plaats genoeg om 10 - 12 manschappen te vervoeren. Zelfs links naast de bestuurder kon er plaats genomen worden.
Alarmeren met klokkegelui werd in 1953 aangevuld door de telefoon d.m.v. een collectief gesprek en door het bedienen van een handsirene. De electrische sirene op de kerktoren kwam er in 1966. Sommigen onder ons hebben het wellicht meegemaakt, de opstart van het systeem met oproepnummer 900 (nu 100) in de jaren 50. Maar heeft er zich al eens iemand afgevraagd hoe de hulpdiensten daarvoor werden verwittigd door de bewoners ? Gelezen in het verslag van oproeping voor brand op 17 oktober 1956 opgemaakt door bevelhebber Laps: de oproeping kwam om 4.15 uur in de morgend door hevig geklop op mijne voordeur, van eene gebuur van de geteisterde dat brand uitgebroken was op een boerderij gelegen op het Laar. Een minimaal tijdsverlies bij de alarmering is vandaag vanzelfsprekend, nog niet eens zo lang geleden was dat wel anders.

Na een bevelsperiode van liefst 31 jaar gaat Louis Laps op pensioen in 1967 en wordt opgevolgd door August Bogaerts. De brandweer is dan juist bezig met een landelijke hervorming en het brandweerkorps van Brecht vecht voor zijn bestaan. Commandant Bogaerts motiveert de noodzaak van een eigen brandweerkorps met een aangepaste kazerne en degelijk rollend materiaal. Gelukkig is het gemeentebestuur zich bewust van haar verantwoordelijkheid. Op korte tijd wordt er een grotere ruimte gehuurd als brandweerkazerne en wordt er voor de eerste keer een nieuwe autopomp aangekocht in 1972, er zal een tweede volgen in 1979.

Brecht is vanaf begin jaren 70 ingedeeld bij de gewestelijke brandweer van Wuustwezel (Z-korps). Wij hebben vanaf dan de status van C-korps of autonoom gemeentelijk korps. Groeien doet de gemeente Brecht in zeer hoog tempo vanaf 1970. De aanleg van de autostrade en de gemeentefusie brengen extra werk, er is voor het eerst sprake van hulpverlening bij verkeersongevallen en door de stijgende bevolking ontstaan er meer en meer branden. Is er in 1966 nog sprake van 10-15 oproepen per jaar (eens per maand) dan is dat in 1980 gestegen tot 50 (eens per week).

In 1980 neemt Alfons Van Bavel het bevel over van August Bogaerts. We zijn dan de moderne tijd ingetreden die helaas vaak een heleboel ellende met zich meebrengt. En we denken dan vooral aan de kwaal van de zware verkeersongevallen die tot op heden niet onder controle is gebracht. Onder impuls van commandant Van Bavel wordt de uitrusting van het korps dan ook aangevuld in 1980 met gespecialiseerde apparatuur zoals hydraulisch reddingsmateriaal en een nieuwe materiaalwagen.

Vanaf 1980 worden de brandweermannen opgeroepen met personenzoekers en raakt de sirene op de kerktoren in onbruik. Het wagenpark wordt tussen 1980 en 1997 uitgebreid van twee naar 8 interventiewagens en er komt uiteindelijk een nieuwe brandweerkazerne in 1989 die nadien model heeft gestaan voor de nieuwbouw van talrijke andere brandweerkorpsen. De uren besteed aan opleiding en training stijgen gestaag. Er wordt een duikersploeg gevormd teneinde reddingen en opzoekingen te kunnen verrichten in het kanaal en op de talrijke waterplassen in de gemeente (overblijfselen van de steenbakkerij industrie).

In 1997 gaat de bevelvoering over van vader op zoon, Guy Van Bavel wordt de nieuwe (huidige ) bevelvoerder. Honderd jaar na de oprichting is de brandweer van Brecht een modern korps geworden dat bestaat uit 36 vrijwillige leden en twee beroepskrachten.

Vanuit onze kazerne rijden wij 150 keer per jaar uit voor een dringende opdracht opgeroepen door het hulpcentrum 100; 80 keer is dit voor brand en 35 keer moeten we personen bevrijden na een verkeersongeval, de rest is varia (bijvoorbeeld onlangs nog het vangen van een kangoeroe). Dringende en niet dringende oproepen samengeteld komen we steeds vaker bij het getal 600. Ik ben niet zeker of de pioniers van 1902 zich dit hadden kunnen voorstellen.

Om al deze opdrachten tot een goed einde te brengen hebben wij een uitgebreid materieelpark dat de laatste jaren geleidelijk werd vernieuwd.

# Halfzware autopomp: 2000
# Materiaalwagen crashwagen: 1999
# Bosbrandwagen 4000 l: 1997 (bouwjaar chassis 1984, opbouw nieuw)
# Commandovoertuig: 1996
# Personeelswagen: 1995
# Ladderwagen 30 m: tweedehands 1994 (bouwjaar 1972)
# Tankwagen 8000 l: 1992 (bouwjaar chassis 1986, opbouw nieuw)
# Halfzware autopomp: 1979
# Ladderwagen : 2003